4.4. Ontwikkeling Algemene Reserve

Naast de benadering van het gemeentelijk weerstandsvermogen zoals uitgebreid toegelicht in paragraaf ‘weerstandsvermogen en risicobeheersing’ hecht uw raad al geruime tijd aan een benadering gekoppeld aan de algemene reserve. Met die overwegingen besloot uw raad op 26 juni 2012 (12G200840) afspraken te maken over de minimale en gewenste hoogte van de algemene reserve: “De algemene reserve dient te allen tijde minimaal 25% van de benodigde weerstandscapaciteit te bedragen en op termijn toe te groeien naar de helft daarvan”. In de Beleidsnota Integraal Risicomanagement Weerstandsvermogen 2018-2022 is deze lijn opnieuw bekrachtigd.

Op basis van de laatste risico-inventarisatie is de benodige weerstandscapaciteit berekend op € 26,6 miljoen. In de Beleidsbegroting 2020-2023 was de benodigde weerstandscapaciteit nog berekend op € 18,3 miljoen. De verhoging van de benodigde weerstandscapaciteit tot € 26,6 miljoen wordt met name veroorzaakt door de toegenomen risico’s in de grondexploitaties, door de druk vanuit de markt is er woningbouwprogramma toegevoegd en de problemen die spelen rond stikstof en Pfas. Voor een uitgebreide toelichting verwijzen wij naar paragraaf 6.4 Grondbeleid.

Conform de vastgestelde beleidsregels is het gewenste niveau van de algemene reserve 50% van het risicoprofiel, dat wil zeggen € 13,3 miljoen. Op basis van de voorliggende Jaarstukken 2019, exclusief te bestemmen resultaat, én de al vastgestelde begrotingswijzigingen (tot en met 22 april 2020) ziet de ontwikkeling van de algemene reserve er als volgt uit:

Op basis van de grafiek kan worden geconcludeerd dat de werkelijke en verwachte standen van de algemene reserve ruim boven het gewenste niveau liggen. Eind 2019 is de werkelijke stand van de algemene reserve, exclusief te bestemmen resultaat 2019, circa € 27 miljoen en eind 2023 is de verwachte stand € 23,2 miljoen. Exclusief de reeds bestemde middelen voor het sociaal domein (=saldo excl soc dom) komt de algemene reserve eind 2023 uit op bijna € 19 miljoen. Immers bijna € 4,3 miljoen van de beklemde middelen van het sociaal domein zijn nog niet ingevuld en nog vrij besteedbaar. Deze standen zijn dus exclusief het bestemmingsvoorstel van de Jaarstukken 2019, zoals verwoord in het raadsvoorstel, omdat hierover eerst besluitvorming door uw raad moet plaatsvinden.

Indien uw raad instemt met het bestemmingsvoorstel dan ziet de ontwikkeling van de algemene reserve er als volgt uit:

Op basis van bovenstaande grafiek is de verwachte stand eind 2023 bijna € 31,4 miljoen. Exclusief de reeds bestemde middelen voor het sociaal domein (=saldo excl soc dom) komt de algemene reserve eind 2023 uit op bijna € 23,3 miljoen. Dan zijn bijna € 8,1 miljoen van de beklemde middelen van het sociaal domein zijn nog niet ingevuld en nog vrij besteedbaar.

Stel uw jaarverslag zelf samen

SELECTIE

0 - geselecteerd