Beleid en ontwikkelingen
Beleidskaders
Gemeenten mogen alleen ongebonden belastingen heffen als dit in de gemeentewet is beschreven. Gemeenten hebben de vrijheid om een wettelijk toegestane belasting wel of niet te heffen. De hoogte van de heffing is vrij en wordt door de gemeenteraad bepaald. Dat doet de gemeenteraad door belastingverordeningen vast te stellen, de lokale variant van landelijke wetgeving. Hierin is bepaald van wie wordt geheven, op basis waarvan dit kan en welk tarief hiervoor wordt gevraagd.
Elke soort belasting kent verder zijn eigen specifieke wetgeving, die - niet uitputtend - in de volgende paragraaf wordt genoemd.
Actuele beleidsonderwerpen
Heffingen en de financiële uitdagingen van gemeenten
Nu compensatie van het Rijk van de kortingen op het gemeentefonds niet meer waarschijnlijk is gaan we onderzoeken wat de mogelijkheden voor compensatie kunnen zijn. Het zonder meer verhogen van heffingen is daarbij niet het uitgangspunt. Op dit moment onderzoeken we of er mogelijkheden zijn om additioneel lasten toe te rekenen aan legesproducten en of we de legesprijs kunnen verhogen als de lastendekking onder de 100% ligt. In de Zomerbrief 2026 komen we hier op terug.
Hervorming Lokaal belastinggebied
De hervorming van het lokaal belastinggebied zoals aangekondigd in het hoofdlijnenakkoord van mei 2024 bevindt zich nog in de fase van beleidsvoornemens. Er zijn geen wetsvoorstellen ingediend, en de maatregelen bevinden zich in een vertraagde of nog niet gestarte uitwerkingsfase. De maatregelen hebben met name betrekking op de invoering van een planbatenheffing, OZB‑maximering en lagere incassokosten.
Tweejaarlijkse herwaardering
Het Erasmus Studiecentrum voor Belastingen van Lokale overheden (ESBL) heeft in 2025 het onderzoek naar de mogelijkheden en gevolgen van een verruiming van het WOZ-tijdvak van één naar twee jaar opgeleverd aan de VNG. Zowel de gevolgen voor gemeentelijke organisaties en samenwerkingsverbanden als de gevolgen voor andere heffingen en maatschappelijke bredere toepassingen van de WOZ-waarde zijn in kaart gebracht. Daarnaast zijn ook de gevolgen voor eigenaren en gebruikers van onroerende zaken (burgers en bedrijven) geïnventariseerd.
Uitkomst onderzoek
De argumenten die de wetgever destijds had om te kiezen voor een jaarlijkse WOZ-waardering gelden grotendeels nog steeds:
Een actuele WOZ-waarde vergroot de acceptatie ervan;
Demping van schoksgewijze aanpassingen van de WOZ-waarde tussen tijdvakken;
Een actuele WOZ-waarde maakt breder (maatschappelijk) gebruik van de WOZ-waarde mogelijk;
Een jaarlijkse waardering voorkomt piekbelasting en verbetert de continuïteit van het uitvoeringsproces;
Jaarlijkse waardering leidt tot minder bezwaar- en beroepsprocedures ten opzichte van meerjarige waarderingen.
Er zijn op basis van dit onderzoek bovendien een aantal argumenten bijgekomen die pleiten voor handhaving van een jaarlijks WOZ-tijdvak. Die argumenten betreffen vooral de negatieve gevolgen van een minder actuele WOZ-waarde voor zowel afnemers, het bredere gebruik van de WOZ-waarde en de grotendeels negatieve gevolgen voor burgers en bedrijven. Het lijkt erop dat Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en bpm zijn werk doet en het aantal bezwaren en beroepen van no-cure-no-pay-gemachtigden afneemt, waarmee een belangrijke aanleiding voor het indienen van de motie mogelijk deels is weggevallen. Verder is regelgeving aangekondigd die erop is gericht de kwaliteit van de WOZ-waarden te verbeteren en de acceptatie ervan onder belanghebbenden te vergroten.
Waterzorgheffing
Wateroverlast en verdroging vragen steeds meer maatregelen in de publieke ruimte. Meer percelen kunnen in de heffing worden betrokken, want van de maatregelen in de publieke ruimte heeft iedereen profijt. De huidige verordening Rioolheffing (model VNG) dekt dan niet meer de lading
Het schept een beeld van een belasting voor een buizenstelsel. Bij belastingplichtigen die daar niet op zijn aangesloten roept dat weerstand op. De gemeentelijke watertaken omvatten een breed palet. Zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater hebben een centrale plaats in de ordening van de publieke ruimte. Gemeenten moeten maatregelen nemen om wateroverlast en -schade te voorkomen. Denk aan het onderhoud van bermen en slootkanten om overtollig water af te voeren, zodat er over een droge weg kan worden gereden. Iedereen heeft daar profijt van. De VNG heeft hiervoor een nieuw modelverordening Riool- en Waterzorgheffing opgesteld. Bij invoering is een zorgvuldige communicatie en belangenafweging naar nieuwe belastingplichtigen van belang. Bijvoorbeeld cultuurgronden en natuurterreinen dragen nu veelal nog niet bij in de kosten van de gemeentelijke watertaken. We gaan deze actualiteit inbedden in onze verordening.
Leegstandsheffing
De Tweede Kamer heeft op 23 september 2025 een amendement aangenomen dat gemeenten de bevoegdheid geeft om een leegstandsheffing op woningen in te voeren. Deze maatregel is bedoeld om langdurige leegstand tegen te gaan en woningen beschikbaar te maken voor inwoners. De leegstandsheffing kan worden toegepast op gebouwde onroerende zaken die langer dan twaalf maanden onafgebroken leegstaan. Gemeenten kunnen zelf bepalen hoe hoog de heffing is, wanneer deze ingaat, en of het een vast bedrag of een bedrag gebaseerd op de WOZ-waarde van de leegstaande woning is. De maatregel is op een begrijpelijke en uitvoerbare manier vormgegeven, met duidelijke richtlijnen voor wat onder leegstand wordt verstaan en een redelijke termijn voor de invoering van de heffing.
De invoering laat nog even op zich wachten. Hoewel op 22 januari 2026 een besluit werd gepubliceerd over de inwerkingtreding van verschillende onderdelen van de Fiscale Verzamelwet, was de leegstandsheffing daarin niet opgenomen. Staatssecretaris Heijnen geeft aangegeven dat de leegstandsheffing nog niet is ingevoerd omdat het gaat om en wijziging van de Gemeentewet. Het Koninklijk Besluit tot inwerkingtreding van het amendement is tot op heden om procedurele redenen nog niet genomen.