6.2.5 Kengetallen

De volgende kengetallen worden door alle gemeenten gepubliceerd. Met deze kengetallen kan inzicht worden verkregen in de financiële positie van de gemeente. Na de afzonderlijke beoordeling van de kengetallen kijken we naar de algehele financiële positie.

1. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Kengetal

rekening 2018

begroting 2019

rekening 2019

Netto schuldquote

196,8%

224,8%

207,9%

Netto schuldquote gecorrigeerd

71,3%

95,2%

88,3%

De netto schuldquote geeft de verhouding aan tussen de vaste en vlottende schulden en de eigen middelen. De totale baten vóór reservemutaties. Het kengetal beoogt een indicatie te geven van de druk van de kapitaallasten op de exploitatie. De VNG adviseert om boven de 130% schulden af te bouwen.

Het tweede kengetal corrigeert voor aan derden (woningbouw en instellingen) doorverstrekte leningen. Omdat wij de lokale woningbouwcorporatie Welbions financieren en hiervoor leningen hebben aangetrokken, is de netto schuldquote zeer hoog. Met de veel lagere gecorrigeerde netto schuldquote staan wij in de middenmoot. VNG: boven de 120% risicovol.

2. Solvabiliteitsratio

Kengetal

rekening 2018

begroting 2019

rekening 2019

Solvabiliteitsratio

7,5%

4,9%

7,8%

De solvabiliteitsratio geeft de verhouding aan tussen het eigen vermogen (de reserves) en het balanstotaal. Een groot aandeel eigen vermogen betekent veel mogelijkheden om risico's op te vangen, en meer mogelijkheden om toekomstige investeringen te financieren. Een laag percentage daarentegen betekent veel vreemd vermogen en dus ook daarbij behorende financieringslasten. VNG en provincie hanteren als signaleringswaarde 20% (minimaal gewenst eigen vermogen).

3. Grondexploitatie

Kengetal

rekening 2018

begroting 2019

rekening 2019

Grondexploitatie

26,3%

26,1%

27,6%

Het kengetal grondexploitatie geeft de verhouding tussen de boekwaarde van de grond en de totale baten vóór reservemutaties. Een hoog percentage wordt als kwetsbaar gezien. De boekwaarde moet immers worden terugverdiend. Dit kengetal is signalerend, maar geeft naar onze mening geen inzicht in de risico’s van grondexploitaties. De jaarlijkse herzieningen en de voorzichtigheid die wordt betracht bij het voorspellen van resultaten zijn veelzeggender. Zie hiervoor de paragraaf grondbeleid. De signaalgrens is maximaal 20%.

4. Structurele exploitatieruimte 

Kengetal

rekening 2018

begroting 2019

rekening 2019

Structurele exploitatieruimte

6,7%

0,1%

-0,1%

In het totale rekeningsaldo is geen rekening gehouden met het onderscheid tussen structurele en incidentele baten en lasten. Om de structurele begrotingsruimte te bepalen worden de totale lasten en baten verminderd met de incidentele lasten en baten. De incidentele lasten en baten zijn in bijlage 9.1 weergegeven. De totale incidentele baten zijn in 2019 hoger dan de totale incidentele lasten. Dit heeft een negatief effect op het structurele begrotingssaldo. Het structurele begrotingssaldo ziet er als volgt uit (bedragen * € 1.000):

rekening 2018

begroting 2019

rekening 2019

Totale structurele lasten

286.625

297.892

287.137

Totale structurele baten

296.789

298.668

288.823

Totale structurele toevoegingen aan de reserves

11.362

10.038

9.310

Totale structurele onttrekkingen aan de reserves

22.263

9.437

7.461

Totale structurele resultaat

21.065

175

-163

Totale saldo van baten (excl. mutaties reserves)

316.599

290.034

298.029

Structurele exploitatieruimte

6,7%

0,1%

-0,1%

5. Belastingcapaciteit

Kengetal

jaarverslag 2018

begroting 2019

jaarstukken 2019

Belastingcapaciteit

96,6%

96,6%

96,1%

Met dit kengetal wordt de hoogte van de lokale lastendruk vergeleken met het landelijk gemiddelde. Tussen de 95 en 105% wordt als "neutraal" geduid.

De financiële positie van de gemeente

Wij hebben een relatief lage eigen vermogenspositie van 7,8%. Dat is ruim lager dan de signaleringswaarde van VNG en provincie, die op 20% is gesteld. De vermogensverhouding is ontstaan, doordat we in het (nabije) verleden hebben besloten om taken uit te voeren en investeringen te doen, waarvoor we hebben moeten lenen. Investeren trekt altijd een wissel op de toekomst. Lasten worden naar de toekomst verschoven. Dit betekent, dat relatief veel van onze inkomsten ingezet moeten worden om renteverplichtingen af te dekken. Daardoor wordt de ruimte om baten in te zetten voor nieuwe doelen beperkter. We begroten wel zodanig, dat we aan onze verplichtingen kunnen blijven voldoen.

Wij zorgen er voor, dat het eigen vermogen in balans blijft met de risico's die wij lopen. In dat kader is ons standpunt, dat het eigen vermogen voldoende buffer biedt voor de onderkende risico's. We voldoen niet aan de gemiddelde richtlijn, maar wel aan de vermogenspositie volgens eigen beleidsrichtlijn, die weergegeven wordt in de weerstandscapaciteit.

De solvabiliteit wordt negatief beïnvloed door de financiering van de woningbouwcorporatie. Hierdoor staat er naar verhouding meer vreemd vermogen op de balans en dus relatief (t.o.v. het totaal vermogen) minder eigen vermogen. Indien de woningbouwfinanciering buiten beschouwing wordt gelaten zou de solvabiliteit 14% bedragen.

Voor het versterken van het eigen vermogen gelden als mogelijkheden:
- investeringen beperken, waardoor minder financieringslasten en beter resultaat
- bezittingen verkopen en de opbrengst aan het eigen vermogen toevoegen
- jaarlijks een positief begrotingsresultaat creëren en het overschot aan de reserve toevoegen.
Dit staat op gespannen voet met het willen besteden van middelen aan nieuwe activiteiten.

Stel uw jaarverslag zelf samen

SELECTIE

0 - geselecteerd