6.2.3 Indicatoren

De indicatoren zijn opgesteld conform het risicomanagement beleid dat in 2018 is vastgesteld.

Indicator

Waarde

Begrotingssaldo
(* € 1.000)

De meerjarenbegroting is minimaal financieel sluitend per 31-12-2019.

Stand van zaken
Het verloop van het meerjarenperspectief in de Beleidsbegroting 2020-2023 toont een begrotingssaldo na wijzigingen van:

2020: 248
2021: 453
2022: 834
2023: 402

Incidentele weerstands-capaciteit
(* € 1.000)

Het vrij aanwendbare deel van de reservepositie beschouwen we als de incidentele weerstandscapaciteit. Dit zijn concreet de:
- de vrij aanwendbare reserves (excl. onderwijshuisvesting en dekking kapitaallasten) en
- de post onvoorzien

Stand van zaken
De incidentele weerstandscapaciteit is ultimo 2019:
- vrij aanwendbare reserves: 51.786
- resultaat rekening 2019: 8.149

Structurele weerstands-capaciteit

- post onvoorzien (begroting): 0

De vrij aanwendbare reserves zijn de algemene reserve en de bestemmingsreserves van samen € 54,3 miljoen, uitgezonderd de bestemmingsreserve dekking kapitaallasten van € 2,5 miljoen. Het nog niet het bestemde jaarrekeningresultaat 2019 is hierin nog niet meegenomen.


De structurele weerstandscapaciteit is de onbenutte belastingcapaciteit.

Voorgeschreven is dat de gemeentelijke tarieven, leges en heffingen voor maximaal 100% kostendekkend zijn. In Hengelo is dat ook het uitgangspunt voor de belangrijkste tarieven. Tenzij een risico zich manifesteert in deze tarieftaken, biedt dit geen ruimte aan structurele weerstandscapaciteit.

Wanneer een structureel risico optreedt, is het niet altijd mogelijk de financiële impact op korte termijn in de begroting op te vangen. In dat geval kan een gemeente onder zeer strikte voorwaarden een beroep doen op extra financiering van het Rijk (artikel 12 Gemeentewet). Eén van de voorwaarden is dat de gemeente de belastingcapaciteit ten volle benut. Dat kan uiteraard niet oneindig. Daarom is door het Rijk een norm gesteld tot welk niveau het nog aanvaardbaar is lokale belastingen te verhogen, de zogenaamde artikel 12 norm.
Elke gemeente mag de ozb-tarieven overigens zo hoog maken als zij wil. Maar de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft met het Rijk een afspraak gemaakt over de maximale stijging van de landelijke ozb-opbrengst. Dit heet de macronorm.

Het verschil tussen de werkelijke hoogte van de onroerende zaakbelastingen en de aanvaardbare hoogte van de artikel 12 norm noemen we de onbenutte belastingcapaciteit en betreft de structurele weerstandscapaciteit.

Stand van zaken
De gemiddelde ozb-last voor een gezin (eigenaar/bewoner) in de gemeente Hengelo bedraagt in 2019 € 711. Het landelijk gemiddelde is € 740. Voor 2019 is de benutte belastingcapaciteit dus 96,1% van het landelijk gemiddelde. Als we de onbenutte belastingcapaciteit van 3,9%, in bedrag € 29, vermenigvuldigen met het aantal huishoudens, circa 37.500, komen we uit op een onbenutte belastingcapaciteit van € 1.087.500.

Benodigde weerstands-capaciteit (* € 1.000)

Het benodigde weerstandsvermogen bepalen we door de geïdentificeerde risico’s uit te drukken in euro’s.

Omdat de kans dat alle risico’s zich tegelijkertijd voordoen zeer beperkt is, passen we een zogenaamde Monte Carlo-analyse toe. Bij deze techniek wordt het optreden van de verschillende risico’s in diverse scenario’s vele malen gesimuleerd. Door deze methode hebben we een beeld van het benodigde weerstandsvermogen in vrijwel alle denkbare scenario’s.

We streven ernaar dat de hoogte van de algemene reserve 50% van het benodigde weerstandsvermogen is.

Stand van zaken
Alle risico zijn opgenomen in ons risicomanagement systeem Naris. In dit systeem wordt er de Monte Carlo-analyse (zekerheidspercentage 90%) uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de benodigde weerstandscapaciteit €26.536 is.

Weerstands-vermogen
(* € 1.000)

De weerstandscapaciteit zijn de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om onverwachte, niet-begrote kosten of tegenvallende inkomsten te kunnen dekken.

De weerstandscapaciteit (weerstandsratio) berekenen we als volgt:

Beschikbare weerstandscapaciteit
---------------------------------------- = Ratio weerstandsvermogen
Benodigde weerstandscapaciteit

Uit deze berekening volgt een ratio. Om te bepalen of het weerstandsvermogen op het gewenste niveau is, bekijken we in welke waarderingscategorie de ratio valt. We hanteren de waarderingscategorieën zoals hieronder weergegeven:

Klasse - Ratio- Betekenis
A - > 2,0 - Uitstekend
B - 1,4 tot 2,0 - Ruim voldoende
C - 1,0 tot 1,4 - Voldoende
D - 0,8 tot 1,0 - Matig
E - 0,6 tot 0,8 - Onvoldoende
F - < 0,6 - Ruim onvoldoende

Stand van zaken
De beschikbare weerstandcapaciteit is € 52.874
De benodigde weerstandscapaciteit is € 26.536

De ratio die hieruit volgt is 2,0 en is daarmee ruim voldoende. In de jaarrekening 2018 was de ratio 2,1. Reserves en onbenutte belastingcapaciteit samen zijn in 2019 naar verhouding evenveel toegenomen dan de de gekwantificeerde risico's. De toename in reserves worden met name veroorzaakt door het resultaat 2018 van € 12,2 miljoen.

Opname van alle reserves, uitgezonderd reserve dekking kaptiaallasten, geeft een verstoring van het juiste beeld van de weerstandscapaciteit. Dit beeld is geflatteerd. Op een deel van de beschikbare weerstandscapaciteit liggen al claims, waardoor herbestemmen niet kan. Voorbeelden hiervan zijn de "geoormerkte gelden sociaal domein" binnen de algemene reserve (de zgn. stroppenpot) en de reserve Proeftuin Nijverheid Aardgasvrij. Als we de geclaimde reserves buiten de weerstandscapaciteit laten, daalt het bedrag echt vrije reserves tot € 28,3 miljoen. De ratio is dan 1,1 en kwalificeert dan als voldoende.

Stel uw jaarverslag zelf samen

SELECTIE

0 - geselecteerd