Indicatoren
De indicatoren zijn opgesteld conform het risicomanagement beleid dat in 2023 is vastgesteld.
Indicator | Waarde |
Kaders weerstands-vermogen Incidentele weerstands-capaciteit | Op 1 februari 2023 heeft de gemeenteraad de beleidsnota Integraal risicomanagement en weerstandsvermogen 2023-2027 vastgesteld. Op basis van de beleidsnota beschouwen we als incidentele weerstandscapaciteit: Stand van zaken |
Structurele weerstands-capaciteit | Op basis van de beleidsnota is de structurele weerstandscapaciteit de onbenutte belastingcapaciteit. Stand van zaken |
Benodigde weerstands-capaciteit (* € 1.000) | De benodigde weerstandscapaciteit bepalen we door de geïdentificeerde risico’s uit te drukken in euro’s. Omdat de kans dat alle risico’s zich tegelijkertijd voordoen zeer beperkt is, passen we een zogenaamde Monte Carlo-analyse toe. Bij deze techniek wordt het optreden van de verschillende risico’s in diverse scenario’s vele malen gesimuleerd. Door deze methode hebben we een beeld van de benodigde weerstandscapaciteit in vrijwel alle denkbare scenario’s. Stand van zaken |
Weerstands-vermogen | Op basis van de kaderstelling bestaat de beschikbare weerstandscapaciteit uit de algemene reserve 'sec', onvoorzien incidenteel en de onbenutte belastingcapaciteit. De beschikbare weerstandscapaciteit was eind 2025 € 72.632 (65.398 + 66 + 7.168) en neemt af tot € 65.667 eind 2029. De afname is het gevolg van de inzet van de algemene reserve voor m.n. de incidentele dekking van:
Het weerstandsvermogen zijn de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om onverwachte, niet-begrote kosten of tegenvallende inkomsten te kunnen dekken. Het weerstandsvermogen(weerstandsratio) eind 2025 berekenen we als volgt: Beschikbare weerstandscapaciteit Uit deze berekening volgt een ratio. Om te bepalen of het weerstandsvermogen op het gewenste niveau is, bekijken we in welke waarderingscategorie de ratio valt. We hanteren de waarderingscategorieën zoals hieronder weergegeven: Klasse - Ratio- Betekenis Stand van zaken Eind 2025 is het ratio weerstandsvermogen 2,1. Dit is nog uitstekend volgens onze eigen beleidsnorm. In vergelijking met de Beleidsbegroting 2026-2029 is dit ratio verslechterd van 2,6 naar 2,1. Dit heeft te maken met een hoger beschikbaar weerstandsvermogen (van € 68,1 miljoen naar € 72,6 miljoen) en een aanzienlijk hoger benodigd weerstandsvermogen (van € 26,1 miljoen naar € 35 miljoen). Ten opzichte van de Beleidsbegroting 2026-2029 hebben de mutaties in de algemene reserve en de iets hogere onbenutte belastingcapaciteit het beschikbaar weerstandsvermogen beïnvloed. Ten opzichte van de Beleidsbegroting 2026-2029 is de benodigde weerstandscapaciteit, op basis van het risicoprofiel, nu aanzienlijk hoger. Dit komt met name door het toegenomen risicoprofiel in:
Door de grote strategische opgaven verwachten we dat in de toekomst het benodigd weerstandsvermogen nog verder zal stijgen. Door de inzet van de algemene reserve de komende jaren komt de verwachte ratio weerstandsvermogen eind 2029 uit op 1,9. Dit is ruim voldoende. De afname is het gevolg van de inzet van de algemene reserve als incidenteel dekkingsmiddel voor incidentele lasten in de komende periode (zie hiervoor). |