Overzicht belangrijkste risico's

In deze risicoparagraaf staan de risico’s beschreven met een groot aandeel in het weerstandsvermogen. Naast deze risico’s staan in de risicoparagraaf van de programma's de uitvoeringsrisico’s beschreven die voor dat programma van toepassing zijn en een bedreiging kunnen vormen voor de koers 2040. In paragraaf 6.4 Grondbeleid is een uitgebreide beschrijving opgenomen over de risico’s die we zien in het grondbeleid.

Hieronder de risico’s toe met een groot aandeel in het weerstandsvermogen:

Programma 9 Bestuur en ondersteuning. Beschikbaarheid I&IT- systemen als grote bedreiging
Ransomware vormt op dit moment de grootste bedreiging voor gemeentelijke organisaties. Criminelen maken misbruik van kwetsbaarheden in systemen om gevoelige gegevens te stelen of om cruciale processen volledig plat te leggen. Dit raakt niet alleen de continuïteit van gemeentelijke dienstverlening. Dit kan bovendien flinke financiële schade veroorzaken. Nieuwe technologieën vergroten dit risico verder. Nieuwe technologieën zoals AI worden steeds vaker ingezet voor cyberaanvallen, bijvoorbeeld voor het creëren van uiterst overtuigende phishingmails of deepfake‑fraude. Dit maakt menselijk handelen – zoals een medewerker die op een frauduleuze link klikt – een steeds belangrijkere risicofactor.

De risico’s worden verder versterkt door toenemende geopolitieke spanningen. Er wordt gesproken van een toename in hybride aanvallen, waarbij cyberaanvallen worden gecombineerd met spionage en sabotage. Gemeenten kunnen hierbij een doelwit zijn, omdat wij een rol spelen in vitale processen zoals waterbeheer, verkeer en publieke voorzieningen. Dit alles lijdt tot de noodzaak tot versterking van weerbaarheid en crisisvoorbereiding. Dit doen we onder andere door in ons bedrijfscontinuiteitsplan maatregelen te beschrijven indien de kritieke processen niet meer digitaal beschikbaar zijn. Daarnaast wordt de weerbaarheid versterkt via het project “Continuïteit en Weerbaarheid Twentse Samenleving” waar we samen met de regio invulling aan geven.

Programma 9 Bestuur en ondersteuning. Onvoldoende kwalitatieve inkoop en contractmanagement
Een belangrijk risico binnen onze bedrijfsvoering is het onvoldoende kwalitatief inkopen van goederen en diensten. Wanneer de inkoopprocessen niet zorgvuldig worden ingericht of uitgevoerd, bestaat het risico dat producten of diensten niet aansluiten bij de behoefte, onvoldoende kwaliteit hebben of duurder uitvallen dan noodzakelijk. Dit kan direct invloed hebben op de uitvoering van beleid en op de resultaten die wij realiseren voor inwoners en organisaties.

Daarnaast vormt ook het contractmanagement een wezenlijk aandachtspunt. Na het afsluiten van een contract is het essentieel dat gemaakte afspraken systematisch worden gevolgd, gemonitord en geëvalueerd. Onvoldoende contractmanagement kan ertoe leiden dat contractuele verplichtingen niet worden nagekomen, dat prestaties achterblijven en dat afwijkingen in kwaliteit, levertijd of kosten te laat worden gesignaleerd. Hierdoor ontstaat het risico dat problemen pas zichtbaar worden wanneer ze al tot schade of vertraging hebben geleid.

Daarom is het van groot belang om zowel de inkoopfunctie als het contractmanagement verder te professionaliseren. Dit vraagt om duidelijke kaders, eenduidige processen. Door deze elementen te versterken, vergroten we de kans dat contracten daadwerkelijk bijdragen aan waarde, kwaliteit en betrouwbaarheid en verkleinen we de risico’s op financiële schade en onvoldoende dienstverlening.

Programma 9 Bestuur en ondersteuning. Risico’s die de organisatie loopt door de toename van complexe projecten
Binnen onze organisatie wordt veel geïnvesteerd in uiteenlopende projecten die een hoge mate van ambitie kennen. Deze gedrevenheid brengt een complexiteit met zich mee die vraagt om strakke planning, duidelijke sturing en zorgvuldig risicomanagement. De hoeveelheid projecten en het tempo waarin ze worden uitgevoerd, vergroten de kans op overschrijdingen van tijd, middelen en capaciteit.

Om deze risico’s te beperken ontwikkelt Hengelo een geïntegreerde aanpak waarin visie, strategie en uitvoering beter met elkaar worden verbonden. De gemeente stelt een ontwikkelstrategie op als afwegingskader voor nieuwe initiatieven en werkt aan samenvoeging van de omgevingsvisies. Daarnaast wordt de Management- en Controlcyclus doorontwikkeld, waardoor sturing, voorspelbaarheid en transparantie toenemen. Jaarplannen, MC-gesprekken en betere managementinformatie ondersteunen de interne besluitvorming en verantwoording.

Verder worden portfoliomanagement en Projectmatig Creëren (PMC) ingevoerd om de kwaliteit van projectopdrachten, planning, capaciteitsinschatting en risicobeheersing te verhogen. Tegelijk wordt gewerkt aan randvoorwaarden zoals strategische personeelsplanning, recruitment en professionalisering van processen. Hiermee wil de organisatie structureel grip houden op werkdruk, middelen en realisatie van de maatschappelijke opgaven.

Daarnaast zien we dat de inzet van Projectcontrol ook bijdraagt aan de beheersing van grote risico’s binnen projecten. Projecten met een hoge ambitie en een groot afbreukrisico kunnen leiden tot aanzienlijke budgetoverschrijdingen wanneer sturing of samenhang ontbreekt. De financiële risico’s zijn daarmee substantieel, zeker wanneer meerdere projecten tegelijkertijd onder druk komen te staan of wanneer onverwachte tegenvallers zich opstapelen. Dit kan uiteindelijk ook effect hebben op de totale begrotingsruimte van de gemeente.

Hoewel deze ontwikkelingen positief zijn, blijft de borging van samenhang en integraliteit tussen projecten een aandachtspunt. De aansluiting tussen inhoud, planning, afhankelijkheden en besluitvorming is niet in alle gevallen vanzelfsprekend.

Programma 9 Bestuur en ondersteuning. Risico op personeelstekort door krapte op de arbeidsmarkt.
Een belangrijk en organisatiebreed risico is het risico op personeelstekort als gevolg van de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt. Hoewel wij dit risico noemen onder programma 9, strekt het zich in feite uit over alle programma’s en domeinen binnen de gemeente.

De arbeidsmarkt voor gekwalificeerde professionals is zeer competitief, waardoor het steeds uitdagender wordt om vacatures tijdig en met de juiste expertise te vervullen. Er bestaat een aanzienlijke kans dat deze krapte ertoe leidt dat functies langer open blijven staan, teams onder verhoogde druk komen te staan en werkzaamheden moeten worden verschoven of uitgesteld. Dit kan gevolgen hebben voor de continuïteit en kwaliteit van onze dienstverlening.

Wanneer de personele bezetting onvoldoende is, bestaat het risico dat primaire processen vertraging op lopen, wat uiteindelijk kan leiden tot het niet halen van wettelijke termijnen of verminderde dienstverlening aan inwoners en ondernemers.

Daarnaast is de externe markt eveneens krap, waardoor het gebruik van tijdelijke inhuur ook geen vanzelfsprekende oplossing is en zorgt voor extra druk op de personeelslasten. Daarom is het van groot belang dat de organisatie blijvend inzet op strategische personeelsplanning, het versterken van onze positie als aantrekkelijke werkgever, het gericht opleiden en door ontwikkelen van medewerkers, en het goed borgen van kennis.

Programma 8 Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing (exclusief grondexploitaties). Het risico dat door de stikstofuitspraak en problemen met het energienetwerk projecten niet door kunnen gaan.
Het landelijke stikstofbeleid heeft voor gemeente Hengelo gevolgen voor ruimtelijke en economische ontwikkelingen dichtbij het Lonnekermeer (Natura 2000 gebied). Projecten, nabij dat gebied lopen het risico geen vergunning te krijgen of aanzienlijke vertraging op te lopen door beperkingen in de stikstofruimte. Ook voor bedrijven ontstaan knelpunten. Hierdoor dreigt stagnatie van noodzakelijke ruimtelijke, economische en maatschappelijke opgaven.

Daarnaast loopt Hengelo het risico dat door problemen op het gebied van netcongestie de voortgang van belangrijke gemeentelijke opgaven remt. Zo kunnen woningbouwprojecten, gebiedsontwikkelingen en onderdelen van de energietransitie vertraging oplopen of niet tijdig worden gerealiseerd, omdat deze niet op het elektriciteitsnet aangesloten kunnen worden. Ook regionale partners waarschuwen dat netcongestie de grote woningbouwopgave in het SHE‑gebied kan belemmeren. Gemeenten en ontwikkelaars zijn daardoor steeds afhankelijker van de prioritering door netbeheerders, wat extra onzekerheid met zich meebrengt voor planning, kosten en projectrealisatie

Programma 8 Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing (exclusief grondexploitaties). Het risico dat wij niet kunnen voldoen aan de grootschalig woningbouw opgaven.
Binnen onze gemeente zijn we door zowel de provincie als het Rijk aangewezen als grootschalig woningbouwgebied.

De woningbouwopgave vindt de komende jaren hoofdzakelijk plaats binnen het bestaand stedelijk gebied. Dit is complex en vraagt intensieve afstemming met diverse stakeholders. Voor de realisatie van de woningen werken wij samen met marktpartijen en de woningcorporatie. Voor een tijdige realisatie zijn wij daardoor mede afhankelijk van deze externe partijen, die hun (investerings)beslissingen soms op een andere schaal of vanuit andere belangen afwegen Hierdoor ontstaat het risico dat wij niet kunnen voldoen aan de gestelde voorwaarden die aan deze woningbouwopgave verbonden zijn.

Daarnaast brengt de samenwerking, samen met buurgemeente Enschede, organisatorische en afstemmingsvraagstukken met zich mee. Zie ook het risico met betrekking tot netcongestie. Dit heeft ook directe invloed op de voortgang en haalbaarheid van woningbouwprojecten.

Programma 6 Sociaal domein. Het risico op niet gerealiseerde taakstellingen Basisondersteuning en Jeugd
Met de uitvoering van het Transformatieplan zijn de afgelopen jaren grote stappen gezet richting een toekomstbestendig sociaal domein. De financiële focus van het Transformatieplan en de bijbehorende taakstelling is gericht op de huidige college- en raadsperiode (2023-2026). Een belangrijk deel van het besparingspotentieel is inmiddels gerealiseerd. Tegelijkertijd blijven enkele onderdelen van deze opgave voorlopig ingevuld. Vooral de basisondersteuning en de opgave jeugd blijven hierbij cruciale aandachtspunten. De inhoudelijke uitgangspunten van het Transformatieplan – normaliseren, preventie, wijkgericht werken en zakelijk partnerschap – blijven daarbij ook na 2026 richtinggevend.

In 2026 volgt de laatste volledige rapportage via de P&C‑cyclus; daarna worden nieuwe afspraken gemaakt over de inrichting van monitoring en sturing vanaf 2027. Deze overgang vraagt, gezien de financiële en organisatorische risico’s, om een goede inrichting van de monitoring en sturing.

Voor het verder invullen van de opgave zijn wij in belangrijke mate afhankelijk van de financiële en kwalitatieve inzet van gecontracteerde partijen. Het betreft onder andere Wijkkracht voor de basisondersteuning en aanbieders in de jeugdhulp voor het realiseren van de beoogde verschuiving in de piramide van het Hengelo’s model. Afwijkingen in prestaties, kwaliteit of financiële ontwikkeling bij deze partners kunnen leiden tot het niet volledig realiseren van de financiële taakstelling.