5.1.3 Sociaal Domein

Ook in 2019 heeft de zorg en ondersteuning aan onze inwoners voorop gestaan. Wij zijn van mening dat wij daarin zijn geslaagd, ondanks het feit dat wij het afgelopen jaar met wachtlijsten zijn geconfronteerd. Bij de Wmo als gevolg van de invoering van het abonnementstarief en bij Veilig Thuis Twente (VTT) als gevolg van de invoering van de nieuwe Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling.
Wij zijn ons ook bewust van de grote opgaven die ons nog wachten. Niet alleen inhoudelijk, vooral ook financieel. De gemeente heeft de afgelopen jaren meer geld aan zorg en ondersteuning uitgegeven dan dat daarvoor vanuit het Rijk binnenkwam. In 2019 hebben wij daar al de nodige maatregelen voor getroffen. Om te voorkomen dat de tekorten verder oplopen, hebben wij het afgelopen jaar samen met partners gezocht naar andere manieren om zorg en ondersteuning te verlenen. Goedkoper, maar altijd van goede kwaliteit. De basis hiervoor is het Interventieprogramma Sociaal Domein. 2019 stond voor een belangrijk deel in het teken van de uitvoering hiervan.
In het Interventieprogramma hebben wij, in lijn met het coalitieprogramma, een pakket aan maatregelen beschreven om ervoor te zorgen dat onze budgetten binnen het sociale domein (de taken die wij uitvoeren vanuit de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning), de Jeugdwet en de Participatiewet) meer in balans komen met de uitgaven. Daarbij hebben wij aangegeven dat wij er niet aan ontkomen dat de maatregelen ook gevolgen zullen hebben voor onze inwoners.
De in de beleidsbegroting 2019-2022 beschreven thema's (18-/18+, mismatch arbeidsmarkt, passend wonen en zorg, duurzame gezinsondersteuning en versterken welzijn van inwoners) zijn in het licht van het interventieprogramma opgepakt.

Interventieprogramma Sociaal Domein
Het pakket aan maatregelen bestaat uit vier onderdelen:

  1. Maatregelenpakket 1 – Bijsturing zorg en ondersteuning

  2. Maatregelenpakket 2 – Aanvullende maatregelen

  3. Maatregelenpakket 3 – Te onderzoeken maatregelen en innovatie

  4. Maatregelenpakket 4 – Inzet op extra middelen

In algemene zin kunnen wij stellen dat wij echt stappen hebben gezet en het erop lijkt dat we in de goede richting zitten. Wij zitten inhoudelijk en financieel op koers, maar er is nog veel te doen. Daarbij vinden wij het een constante worsteling om een goede balans te vinden tussen het uitvoeren van de interventies gericht op bezuinigingen en de interventies die gericht zijn op het ontwikkelen van nieuwe innovatieve plannen en ideeën (geld uitgeven vs. geld besparen).
Hieronder een korte toelichting op de uitvoering van de maatregelen met een aantal voorbeelden. De meeste maatregelen worden in programma 6 verder toegelicht.

Vanuit maatregelenpakket 1 zetten wij in op passende basiszorg. Om deze ook in de toekomst te blijven leveren, moet de toenemende zorgvraag beheerst worden. Wij zijn in 2019 daarom meer gaan leunen op de in Met respect… genoemde principes als meer inzet van collectieve voorzieningen en eigen kracht van onze inwoners. De zorg en ondersteuning moet zo licht mogelijk, zo kort mogelijk maar wel adequaat en passend, binnen verantwoorde financiële kaders.

  • Daarvoor hebben wij eind 2018 uitgangspunten en richtlijnen voor (her)indicatie vastgesteld, die bijdragen aan meer eenduidige en zorgvuldig onderbouwde indicatiestelling. Soms betekende dit voor cliënten ook een versobering van de zorg en ondersteuning. Het hanteren van deze uitgangspunten en richtlijnen stond in 2019 wel onder druk als gevolg van de hoge werkdruk. Een hoge werkdruk die enerzijds werd veroorzaakt door de invoering van het nieuwe Twentse ondersteuningsmodel (zie hieronder), anderzijds door de enorme toestroom van nieuwe cliënten als gevolg van onder andere de invoering van het abonnementstarief. Als gevolg daarvan is het eventuele effect van het toepassen van de uitgangspunten en richtlijnen niet te herleiden.

  • De vele discussies met aanbieders over de indicaties laten zien dat veranderingen lastig zijn en langzaam gaan. Het meer zakelijk vormgeven van de relatie met aanbieders (op casusniveau, vanuit contractmanagement en bestuurlijk) heeft in 2019 aandacht gehad, maar moet nog verder worden ontwikkeld.

Maar er was/ is meer nodig. Daarom hebben wij in 2019 aanvullende maatregelen en te onderzoeken innovaties uitgewerkt (pakket 2 en 3). Hierover zijn wij met de gemeenteraad en andere partners in onze stad het gesprek aangegaan.

  • De maatregelen 'Versoberd preventief jeugdbeleid' en ‘Collectieve voorzieningen Jeugd’ zijn deels doorgevoerd. Voor het invullen van verdere maatregelen was eerst een visie op preventie nodig. Met input van de gemeenteraad hebben wij eind 2019 de notitie 'Een nieuwe focus op preventie in het sociaal domein Hengelo‘ vastgesteld. Als vervolg daarop is een plan gemaakt waarin de beide zijn uitgewerkt in concrete acties (inhoudelijk en financieel). Wat doen we wel/niet in het voorliggende veld voor jeugd? Wat doen we individueel en wat collectief? Met welke partners? Wat kost dit en wat levert het op?

  • De Denktank Innovatie is begin 2019 voortvarend van start gegaan. Omdat innoveren vaak een kwestie is van doen, ervaren en leren, hebben wij de denktank de ruimte gegeven om op zoek te gaan naar bestaande en nieuwe innovaties in het sociaal domein. Wij hebben daarbij aangegeven dat innovaties onverkort op middellange termijn moeten leiden tot aantoonbare besparingen. Hun zoektocht heeft geleid tot een notitie van de denktank met de titel: ‘Hengelo gelukkig gezond!’. Daaruit hebben wij de conclusie getrokken dat er niet één ultieme oplossing of innovatie is voor het terugdringen van de tekorten in het sociaal domein. Maar ook dat wij als Hengelo en als Twentse regio op een aantal terreinen zelf het innovatieve voorbeeld zijn. Wij zien dat bij onze regionale aanpak van de Twentse belofte, het barrièremodel voor fraude aanpak en de MaaS-pilot (Mobility as a Service) voor de maatwerkvoorziening vervoer. Ook lokale projecten hebben landelijke aandacht. Voorbeelden hiervan zijn de toekomstplannen voor jongvolwassenen (vanaf 16,5 jaar), het project ‘Gezonde toekomst dichtbij’ en de inzet van POH-ers (praktijkondersteuners op gebied van jeugd en opvoeding) bij de huisartsen en de op scholen gerichte ondersteuning via Schoolzorgondersteuners.

Ook het laatste maatregelenpakket is in 2019 verder ter hand genomen. Wij hebben samen met een groot aantal andere gemeenten een bestuurlijke lobby gevoerd voor verhoging van het landelijk budget. Dit heeft er toe geleid dat wij, naast het geld dat wij hebben gekregen uit het Fonds tekortgemeenten, in 2019 een extra budget hebben ontvangen van € 2 miljoen. Ook over de periode 2020-2021 kunnen wij extra middelen tegemoet zien. Het blijft incidenteel, dus verdere lobby hiervoor blijft noodzakelijk.

Twents ondersteuningsmodel
In 2019 is het nieuwe 'Twents ondersteuningsmodel' ingevoerd. Een toeleidingsmodel dat ervoor moet zorgen dat inwoners de juiste zorg en ondersteuning krijgen. Een model dat uitgaat van de vraag van inwoners (vraaggericht in plaats van aanbodgericht), dat het te behalen resultaat bij de inwoner als leidend principe hanteert en dat de zorgaanbieders meer professionele ruimte biedt om dit resultaat te behalen.
Het 'Twents model' vormde de basis voor een getransformeerde inkoop per 2019. Een inkoop die voor zowel gemeenten als zorgaanbieders een andere manier van denken en doen vraagt. In samenwerking met de cliënt gaat de gemeente nog steviger regie voeren op proces en resultaat. De aanbieder krijgt ruimte om in afstemming met de cliënt te bepalen welke inzet het best passend is.

Dat is ook wat wij terugkrijgen van onze regisseurs: wij kijken nu veel gerichter naar de cliëntsituatie en wat bereikt kan worden. Via dit model krijgen wij meer inzicht in resultaten en voeren wij daarover een open gesprek met cliënt en aanbieder. De verwachtingen over en weer zijn duidelijker en het bevordert onze sturingsmogelijkheden.
Maar, zoals hierboven al aangegeven, heeft dit model in 2019 geleid tot veel discussie met aanbieders over de hoogte van uren/minuten en de gekozen ondersteuningsbehoefte. Bij de vaststelling van de zorg en ondersteuning zetten, met name de jeugdzorgaanbieders, hoger in dan onze toegang inschat. Dat is veelal terug te voeren op de interpretatie van de zorgvormen binnen het nieuwe ondersteuningsmodel en de daaraan gekoppelde afspraken. Deze discussie leidt tot een veel hogere inzet per cliënt van onze toegangsmedewerkers, extra administratieve lasten, stijging van financiële uitgaven en moeilijke relaties met aanbieders. In de loop van 2019 hebben wij maatregelen getroffen om dit op te vangen, zoals telefonische afhandeling, andere wijze van rapporteren, extra inzet, regionale sturing op aanbieders etc. Maar (nog) niet in alle gevallen heeft dit geleid tot een goede oplossing, dus dit blijft onze aandacht hebben.

Veel aandacht is uitgegaan naar toezicht en handhaving van de kwaliteit van zorg en ondersteuning. Naast strengere selectie- en gunningseisen is het barrièremodel ontwikkeld. Dit is een soort stoplichtmodel waarbij de zorgaanbieders (na gunning) gescreend worden op financiële, inhoudelijke en organisatorische risico's (met score rood, oranje en groen). Het model helpt ons het kaf van het koren te scheiden.
Na screening, door middel van het barrièremodel, hebben alle toezichthouders en contractmanagers van de betrokken gemeenten de ruim 330 zorgaanbieders beoordeeld op basis van de signalen op de werkvloer. Wij zijn geschrokken van het grote aantal ‘rode’ aanbieders. Dit betreffen aanbieders waarbij wij na deskresearch twijfels hebben over de betrouwbaarheid ervan. Daarom hebben wij (zowel lokaal als regionaal) extra capaciteit beschikbaar gesteld voor toezicht en handhaving op deze groep aanbieders. Met een aantal van deze aanbieders is het contract inmiddels ontbonden, een aantal aanbieders is nog in onderzoek en met een aantal aanbieders zijn wij in gesprek. Deze inzet wordt vooralsnog gecontinueerd om ervoor te zorgen dat het geld dat beschikbaar is voor zorg en ondersteuning ook bij de mensen terecht komt die dat nodig hebben.

Integraal werken binnen het sociaal domein
Met betrekking tot de integrale aanpak binnen het sociaal domein hebben wij een aantal projecten in gang gezet. Zo zijn wij in 2019 de pilot 'Vakkundig aan het werk' gestart. De gemeente Hengelo kent integraal klantmanagement, waarbij de klantmanagers integraal verantwoordelijk zijn voor de intake, het verstrekken van de uitkering, de controle en de re-integratie ondersteuning. Deze werkwijze heeft voordelen: zo heeft de klant een vast aanspreekpunt en weet de klantmanager precies waar de klant staat. In de beginfase is echter sprake van een sterke nadruk op controle en toetsing (rechtmatigheid). Klanten én klantmanagers ervaren deze fase vaak als belemmerend om echt aan de slag te kunnen gaan met participeren (doelmatigheid). In dit project wordt onderzocht hoe dit (begin)proces verbeterd kan worden door een snellere focus op doelmatigheid.

In het project VSO PRO (net)werkt!, waarbinnen wij kwetsbare jongeren ondersteunen op hun weg van onderwijs naar arbeidsmarkt, kwam naar voren dat samenwerking tussen de verschillende partners soms moeilijk is en privacy vaak als ‘excuus’ wordt gebruikt. Daarom hebben wij in 2019 geïnvesteerd in een leertraject over privacy. Het doel van de zogenaamde Leertuin is om met onze interne gemeentelijke afdelingen en met de externe partners een werkwijze te ontwikkelen voor de ketensamenwerking rond kwetsbare jongeren, die verantwoord is met betrekking tot de privacy en tegelijkertijd optimale samenwerking bevordert.
Iedereen is enthousiast over deze aanpak. De Leertuin helpt bij het werken met de nieuwe AVG en biedt praktische handvaten in de vorm van schema’s met vragen, bijvoorbeeld in gecompliceerde casussen. Het oefenen aan de hand van casussen werkt goed. Er komen allerlei obstakels naar voren die integraal werken wel belemmeren, zoals centraal klantbeeld, encrypted mailen en het (niet) kennen van elkaars werkwijze. Klein beginnen met de keten kwetsbare jongeren heeft goed gewerkt. Wij willen dit graag uitbouwen.

Kortom, wij hebben 2019 afgesloten met het besef dat op het gebied van integraliteit nog wel stappen te zetten zijn. Daarom hebben wij aangegeven dat 2020 in het teken zal staan van een heroriëntatie op ons beleidsplan Met respect..., waarbij expliciet gekeken zal worden naar betaalbaarheid van en integraliteit binnen het sociale domein. Vanuit deze inhoudelijke en financiële heroriëntatie zullen wij ook kijken wat dit betekent voor de inkoop van zorg en ondersteuning en de samenwerking met onze partners en in de regio.

Uitvoering Participatiewet en regionale samenwerking
De gemeente Hengelo is als centrumgemeente ook verantwoordelijk voor een groot deel van de taken van de Participatiewet van de gemeenten Haaksbergen en Borne. Deze samenwerking is in 2019 geëvalueerd. Op basis van deze evaluatie is afgesproken deze samenwerking voort te zetten. Vanzelfsprekend zijn er ontwikkelpunten, maar zowel Haaksbergen en Borne zien de meerwaarde op bijvoorbeeld de borging van de kwaliteit en continuïteit van de dienstverlening.

De uitvoering van het beleid op het gebied van re-integratie kenmerkt zich door een sterke (sub)regionale focus. De arbeidsmarkt houdt niet op bij de gemeentegrenzen. Deze samenwerking is onder andere vormgegeven binnen het Werkplein Twente. Subregionaal werken wij samen binnen het Werkplein Midden Twente om werkgevers zo eenduidig mogelijk te ondersteunen bij het in dienst nemen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In de praktijk blijkt ook dat de samenwerking zorgt voor een hogere mate van plaatsing bij werkgevers in andere gemeenten. In 2019 heeft de Nederlandse economie goed gedraaid. Ook bij ons was dit merkbaar. Dit heeft onder andere geleid tot een daling van het uitkeringsbestand in 2019 met ruim 40 uitkeringen. Deze daling is dus tot stand gekomen ondanks de uitbreiding van de doelgroep. Door de sluiting van de Wsw en de aanscherping van de Wajong in 2015 bestaat het uitkeringsbestand uit steeds meer personen met een relatief grote afstand tot de arbeidsmarkt. Deze groep vraagt ook meer ondersteuning en aandacht. Ook is er een groep die in een zorgtraject zit omdat zij niet op korte termijn naar werk begeleid kunnen worden. Ook binnen dit zorgtraject wordt gewerkt aan activering en participatie van betreffende personen.

Arbeidsmarkt
Een daling en verandering van de samenstelling van het uitkeringsbestand betekent ook dat er minder mensen op de arbeidsmarkt beschikbaar zijn om de openstaande vacatures te vervullen. Dit zorgt voor spanning op de arbeidsmarkt. Daarnaast is het zo dat de openstaande vacatures niet zonder meer zijn in te vullen door mensen die een bijstandsuitkering ontvangen. Een deel van de mensen in de bijstand heeft een arbeidsbeperking waardoor zij slechts beperkt of met ondersteuning aan het werk kunnen. Met behulp van onze instrumenten zetten wij volop in om deze mensen richting werk te begeleiden.

In 2019 hebben wij vanuit de bijstand 228 personen naar werk begeleid. Daarnaast hebben wij bij ons mensontwikkelbedrijf - de SWB – ongeveer 400 personen op een traject geplaatst om hen richting werk te begeleiden. Na afronding is ruim de helft van de kandidaten klaar voor een volgende stap, waarbij een grote groep kan doorstromen naar regulier werk. Ondanks de grotere en complexere doelgroep van de Participatiewet blijven wij dan ook volop inzetten op de participatie van onze inwoners.

Op regionaal niveau blijven wij trots op onze samenwerking. De arbeidsmarktregio Twente kenmerkt zich door een nauwe samenwerking tussen de 14 Twentse gemeenten. Via het Werkplein Twente optimaliseren wij onze werkgeversdienstverlening en stemmen wij als gemeenten de onderlinge samenwerking op elkaar af. Deze samenwerking heeft zich in 2019 verder bestendigd. De arbeidsmarkt houdt namelijk niet op bij de gemeentegrenzen. Wij zijn dan ook van mening dat deze samenwerking leidt tot synergie waar uiteindelijk alle Twentse gemeenten de vruchten van plukken.

Inburgering
2019 is ook het jaar van diverse ontwikkelingen op landelijk niveau. Hoewel het Rijk en gemeenten nog met elkaar in gesprek zijn, komt het moment dichterbij waarop gemeenten weer een grotere rol krijgen op het gebied van inburgering. Het is de bedoeling dat de regierol op het gebied van inburgering weer bij gemeenten komt te liggen. Het Rijk en de gemeenten zijn nog met elkaar in gesprek over wat onder de regierol wordt verstaan en onder welke voorwaarden gemeenten deze taak kunnen uitvoeren. Voor gemeenten geldt hiervoor het standpunt dat er geen nieuwe taken worden uitgevoerd zonder dat hiervoor voldoende financiële middelen beschikbaar komen.

Budget
Vanuit dit centrale thema gaan wij hier in op de financiële realisatie van de uitvoering van de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet in het algemeen en het Interventieprogramma in het bijzonder.

De inzet vanuit het interventieprogramma laat ook financieel zien dat wij in de goede richting koersen. Wij hebben in 2019 per saldo € 755.000 meer bezuinigd, dan dat wij ons als taakstelling voor deze jaarschijf hadden opgelegd. Zie voor een nadere uitwerking bijlage 10.4.. Maar wij zien tegelijkertijd ook dat wij er nog lang niet zijn. Zo meldden wij in de Kadernota 2020 een aanvullend tekort oplopend van € 2,7 miljoen in 2020 tot € 3,3 miljoen in 2023 (bovenop het tekort van € 8,9 miljoen dat in het Interventieprogramma is vermeld). Dit extra tekort kan niet meer binnen het sociaal domein opgevangen worden en wordt middels een bijdrage vanuit de algemene middelen gedekt. Daarnaast wordt de rijksbijdrage voor voogdij & 18+ vanaf 2020 structureel met € 1,8 miljoen gekort. Voor de jaarschijf 2020 wordt dit voor € 1,1 miljoen gedekt middels een bijdrage uit de ‘Compensatieregeling’. Voor het resterende tekort moet nog invulling gezocht worden. Wij hopen dat de herverdeling gemeentefonds hierin voorziet.

Daarom is het ook van groot belang om de lobby richting het Rijk onverminderd voort te zetten en te strijden voor structurele verhoging van de middelen voor Jeugdhulp en Wmo.

Samengevat laten wij in deze jaarrekening zien dat wij op de onderdelen jeugd(zorg) en de Wmo
€ 5,2 miljoen minder hebben uitgegeven ten opzichte van de aangepaste begroting (na 2e Berap). Desondanks hebben wij nog altijd rekening te houden met een tekort ten opzichte van de rijksbijdrage. Dit tekort is door de (voor een groot deel incidentele) meevallers bijgesteld naar € 2,5 miljoen voor de jaarschijf 2019.

Middels de meicirculaire hebben wij incidenteel € 2 miljoen extra middelen ontvangen voor jeugdzorg. Met deze extra rijksmiddelen konden wij de taakstelling “Lobby Rijk” realiseren, welke eveneens
€ 2 miljoen bedroeg voor de jaarschijf 2019.

In 2019 is ons (evenals in 2018) een aanzienlijke uitbetaling ter hoogte van € 1,7 miljoen vanuit de gemeente Enschede toegezegd voor beschermd wonen. Dit hadden wij niet geraamd. De gemeente Enschede acteert als centrumgemeente voor de uitvoering van het convenant Beschermd wonen, opvang en begeleiding kwetsbare burgers. Regiobreed is een overschot ontstaan. In het Bestuurlijk overleg beschermd wonen en maatschappelijke opvang van 7 september 2018 is besloten de reserve af te romen en de overtollige middelen uit te keren aan de deelnemende gemeenten.

Dit jaar hebben wij een concept voorstel gemaakt voor het besteden van de middelen voor innovatie, versnelling en preventie, welke wij in januari 2020 hebben voorgelegd aan de gemeenteraad. In 2019 heeft de focus dus op planvorming gelegen en zijn weinig middelen uitgegeven. Het restantbudget ad € 396.000 voor de Denktank Innovatie Jeugd en Wmo wordt via een voorstel budgetoverheveling toegevoegd aan het budget 2020.

Het is ons gelukt de Participatiewet uit te voeren binnen het daarvoor beschikbare budget. De bijstandsverstrekking laat ten opzichte van de begroting (na 2e Berap) een voordeel zien van ruim
€ 509.000. Ten opzichte van de Rijksinkomsten hebben wij in 2019 een voordeel op bijstandsverstrekking gerealiseerd ad € 2,9 miljoen. Wij zien ook risico's. Het budget om mensen naar werk te begeleiden neemt af, terwijl de doelgroep is uitgebreid en complexer is geworden. Het budget per persoon is sterk afgenomen vanaf 2015. Het beroep op dit budget neemt ook toe met de toename van het aantallen plekken beschut werk. Gemeenten krijgen niet voldoende middelen om deze plekken kostendekkend te realiseren. Wij vinden echter ook dat wij de maatschappelijke opdracht hebben deze plekken te bieden voor de mensen die hierop aangewezen zijn. De WSW- en reïntegratie trajecten hebben in 2019 € 51.000 minder gekost dan geraamd.

In de financiële analyses in de jaarrekening worden de overige voor- en nadelen nader toegelicht. Per saldo resteert een forse onderschrijding, welke dus grotendeels een incidenteel karakter heeft. Wij verwachten dat het resterende voordelige effect van 2019 (grotendeels) nodig zal zijn om toekomstige ontwikkelingen op te vangen, zoals bijvoorbeeld de tariefsverhogingen op grond van cao aanpassingen. Middels de Kadernota 2021 wordt u hier nader over geïnformeerd.

Stel uw jaarverslag zelf samen

SELECTIE

0 - geselecteerd